Immigratie van planten
In dit artikel:
De vondst van een luidruchtige cicade in Malden laat volgens Liesbeth Rischen zien dat het Nederlandse klimaat opschuift richting het warme zuiden. Door hogere temperaturen verschijnen steeds vaker planten en dieren die vroeger vooral in Zuid-Europa voorkwamen. Tegelijkertijd trekken Nederlanders bij extreme hitte vaker naar het noorden, terwijl zuiderburen Nederland als vakantiebestemming ontdekken.
De komst van nieuwe soorten is overigens niet nieuw. Na de laatste ijstijd verspreidden planten zich vanuit het zuiden langzaam naar het noorden, via wind, vogels en kleine zoogdieren. Later kwamen soorten mee met ingevoerd graan en wol, schepen en vrachtwagens. Ook de Romeinen brachten bewust planten mee, zoals zevenblad, tamme kastanjes, walnoten en kruiden. Reizigers introduceerden bovendien veel sierplanten, waaronder hortensia’s. Wanneer soorten meerdere generaties overleven, raken ze ingeburgerd en kunnen ze bijdragen aan een kleurrijkere en rijkere natuur.
Niet iedere nieuwkomer is echter welkom. De Amerikaanse vogelkers werd ooit aangeplant vanwege zijn omvang en uiterlijk, maar bleek moeilijk te bestrijden. Ook de Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw vormen hardnekkige problemen. Daartegenover staan sterke soorten die zich juist goed aanpassen aan hitte en droogte, zoals grassen die op verdorde gazons en hete stoepen groen blijven. Rischen pleit ervoor zulke planten ruimte te geven zolang ze andere soorten niet verdringen.
De Nederlandse flora is daarmee een voortdurend veranderende mix van oorspronkelijke, toevallig aangevoerde en bewust geïntroduceerde soorten. Rischen wil met inwoners van Hattem in gesprek over manieren waarop zij hun tuin en de natuur kunnen helpen en zo de biodiversiteit versterken. Vragen en ideeën kunnen worden gemaild naar natuurhattem@gmail.com.
Vandaag Inside: Johan Derksen haalt uit naar koningin Máxima: ‘Waar bemoeit ze zich mee?!’